fbpx

Deze week is het de Week van de Circulaire Economie en daarmee krijgt de economie van de toekomst, waarin we allemaal wat duurzamer moeten worden, weer de nodige aandacht.

Gelukkig krijgt de circulaire economie ook buiten deze week al veel aandacht. Je zou het bijna het meest populaire duurzaamheidssymbool van de overheid kunnen noemen.

Toch zien we ook nog wat misverstanden ontstaan. Eigenlijk geldt voor de circulaire economie: ‘we willen het wel, maar we willen het ook niet’. En dat brengt ons tot de uitspraak: Mensen, ‘een beetje circulaire’ bestaat niet!

Dat is heel vervelend, maar wel waar. Daarom moeten we ook niet al te lichtvaardig naar de toekomst kijken. Er gaat wat veranderen. Er moet iets veranderen.

 

Om het onderwerp goed te kunnen begrijpen, moeten we beginnen met onderscheid maken tussen twee cirkels. En in dit artikel voegen wij er aan het einde een tot nu toe nog onbekende derde cirkel aan toe.

 

The Butterfly

Twee cirkels vormen samen de basis van de materiële Circulaire Economie (o.a. geïnitieerd door de Ellen MacArthur Foundation).  Het lijken net twee vleugels, die samen een vlinder vormen. Elke vleugel stelt een circulaire goederen stroom voor.

 

 

Zo is er enerzijds een biologische cirkel die we bijvoorbeeld kennen van de composthoop en het begraven van een dood vogeltje door de pieren die later door levende vogeltjes weer worden opgegeten. Dit is de meest eenvoudige uitleg van linker cirkel op het plaatje hierboven, maar natuurlijk zij hier ook hele geavanceerde industriële methodieken bij mogelijk.

 

Aan de andere kant van het plaatje zie je een technische cirkel die we bijvoorbeeld kennen van de glasbak of plastic recycling. En zeker deze technische circulariteit kan heel geavanceerd worden toegepast. Zelfs tot letterlijk ‘goud delven’ uit afval (o.a. uit mobiele telefoons).  En u snapt het al, hierin is veel geld te verdienen. Grof geld en dat gebeurt dus nu ook al.

 

We zien dus in de praktijk dat vooral deze herwinning van grondstoffen tot mooie voorbeelden leiden, daarom gaan we hierna daar juist wat uitgebreider in.

 

De Technische kant van de Circulaire Economie:

Zeven keer een R, doorspekt met een klein sprankeltje M van Mens!

 

Circulair denken betekent denken in cirkels. Ook binnen de circulaire economie. En daarbij leren we steeds meer dat de ene cirkel duurzamer is dan een andere.

 

Rondom de technische cirkel, zeg maar de rechterzijde van het plaatje hierboven, is een indeling gemaakt die allemaal, heel handig te onthouden, beginnen met een R.

 

De zeven onderdelen van de Circulaire Economie

1 Rethink Solutions:

Voordat je iets produceert, zou je eerst moeten bedenken welke impact de fabricage, het gebruik en afdankgedrag van je product zal zijn. Het ultieme duurzame is namelijk: Niet fabriceren! Want, alles wat je maakt, koopt, gebruikt en daarna afdankt, is altijd vervuilender, dan het niet maken.

Ontwikkeling en slimme fabricage van producten voor duurzamer gebruik
2 Reduce resources:

Verminder het aantal grondstoffen in een product. Dit is de meest verstandige stap na de eerste overweging om het helemaal niet te maken. Een groot probleem vormt de  mix van grondstoffen tot een grondstof, die daarna niet meer afzonderlijk te verwerken is. Overweeg daarom om iets uit één materiaal te maken. Dan is het in alle stappen hieronder eenvoudiger te verwerken.

3 Reuse products:

Gebruik het product, zolang het nog doet, ongewijzigd nog een keer. Veel producten die in onbruik raken, zijn nog prima te gebruiken door anderen. Zie bijvoorbeeld de enorme toename van handel in tweedehands kleding.

Meerdere malen gebruik maken van producten in originele staat
4 Repair components and parts:

Hergebruik van een product, met het verschil dat er nu kapotte onderdelen worden vervangen. Of dat van producten die niet opnieuw gebruikt kunnen worden, alle onderdelen worden er uit gehaald die (ongewijzigd) nog uitstekend een tweede leven kunnen krijgen.

5 Refurbish reusable products:

Opnieuw opbouwen van een product met zoveel mogelijk gebruikmaking van bestaande onderdelen die nog goed zijn. Bijvoorbeeld: Een bureaustoel ziet er erg gebruikt en versleten uit. Dan kunnen nieuwe armleuningen en  nieuwe bekleding van het rug- en zitvlak, de stoel er als nieuw uit laten zien. Dat de poten, de gasveer en het vulmateriaal al een eerder leven hebben gehad, ziet niemand.

Aanpassen van gebruikte producten.

 

Of hergebruik van grondstoffen

6 Recycle materials:

Pas op het moment dat bovenstaand hergebruik onverstandig of onmogelijk wordt, komt het moment van herwinnen van de grondstoffen; het recyclen.  Hierbij worden producten ontmanteld of omgesmolten, wat uiteraard verlies van materiaal of energie betekent. Toch is dit natuurlijk altijd   beter dan de laatste stap.

7 Recover embedded energy:

Op het moment dat van al het bovenstaande geen sprake meer kan zijn, is er nog de mogelijkheid om er in de afvalverbrandingsoven in ieder geval nog energie uit te halen. Eigenlijk zou dit echt de laatste stap moeten zijn.

Energie herwinning
Soms worden er vier extra ‘R-en’ hieraan toegevoegd. Zij zijn eigenlijk afgeleiden of tussenstapjes van de bovenstaande:

 

·       Refuse:, als tussenstap waarbij je als mens iets helemaal afwijst, dus niet koopt omdat het niet duurzaam genoeg gefabriceerd is of onvoldoende goed recyclebaar is.

·       Redesign, als tussenstap waarbij nieuwe producten actief en beter aan de duurzame eisen moeten gaan voldoen. Er zijn producenten die hiervan hun ‘merk-herkenning’ maken.

·       Remanufacture, als de meest vergaande stap van de refurbish-fase (opknappen), namelijk een soortgelijk product echt helemaal opnieuw maken vanuit oud (en nieuw) materiaal.

·       Retrieve (of repurpose) als laatste stap voor recycling. Dit is het hergebruik in een andere, vaak laagwaardige vorm dan voorheen. Bijvoorbeeld verpulverde textiel gebruiken als isolatiemateriaal. Of plastic paaltjes maken van plastic afval (blended mix) waar je verder niks meer mee kunt.

 

 

Een beetje circulair bestaat niet!

Hoewel we hierboven meerdere gradaties zien van het behandelen van producten of grondstoffen en we dit allemaal circulair noemen, kun je je afvragen welke stappen hiervan nu écht circulair zijn.

Het beeld wat men namelijk graag schetst is dat er vrij eenvoudig zoiets als ‘zero waste’ aan het einde van de keten bestaat. Maar is dat ook zo?

Nee, dat is niet zo! Die vorm, wat je eigenlijk het echte circulaire zou moeten noemen, is ontzettend lastig om te bereiken. En om dat te verklaren, noemen we een paar voorbeelden, om daarna ook meteen met een paar oplossingen te komen.

 

Kun je bijvoorbeeld alle grondstoffen zo maar herwinnen en hergebruiken?

Enkele voorbeelden:

  1. Van oud papier kun je weer nieuw papier maken. Maar als dat soort papier dan weer wit papier moet zijn, heb je meteen al een uitdaging. De inkt en andere vervuiling geeft nooit een echt wit (of wat daar ook maar in de buurt komt) papier. En omdat we een beetje grijs wel aankunnen, maar bruin papier vies vinden, maken we er al snel een laagwaardigere vorm van papier van, zoals WC-papier, of bleken het papier met chemicaliën. Of we voegen er veel ‘virgin’ (nieuw) materiaal aan toe. Dan noemen we het wel ‘gerecycled’, omdat er inderdaad ook wel een beetje gebruikt materiaal in zit, maar circulair mag je het dan misschien niet noemen.
  2. Metaal kun je weer omsmelten, net al plastic en andere omsmeltbare materialen. Maar circulair is dat je daarmee ook weer een materiaal terugkrijgt wat je weer op dezelfde manier zou kunnen gebruiken als de oorspronkelijke grondstof. En dat lukt bij omsmelting opvallend vaak goed, mits je maar zeker weet dat je echt alleen die ene grondstof omsmelt, anders krijg je een soort legering van materialen wat feitelijk een ander materiaal is en dus ook andere eigenschappen heeft.
  3. Daarom geldt voor bijna alle vormen van échte circulariteit dat je telkens ‘pure’ grondstoffen nodig hebt, anders is je cirkel nooit helemaal gesloten. Want is je grondstof niet puur, dan produceer je dus een laagwaardiger materiaal (meestal, niet altijd). En gebruik je dit laagwaardige materiaal in een product, dat daarna weer wordt omgesmolten, met wederom een niet pure toevoeging, dan is de grondstof al snel niet meer te verwerken. En dat wil je niet.
  4. Bijvoorbeeld: Stel je maakt een plastic paal van diverse gesmolten soorten plastic, dan weet je vrijwel zeker dat die paal daarna nooit meer tot iets anders omgesmolten kan worden. Die paal eindigt dus als ‘deze paal’ of in de afvaloven. Maar zou je dezelfde paal van één soort plastic maken (die daarvoor geschikt is), dan zou je telkens weer dat plastic – nu als paal, maar straks misschien als autobumper – kunnen omvormen en hergebruiken.

 

Kortom, we moeten oppassen om grondstoffen te veel met elkaar te vermengen. Als je het materiaal niet meer los van elkaar kunt krijgen, is het minder geschikt om her te gebruiken.

 

Terug naar de Zeven R-en.

Het begint dus al meteen bij het begin. Voordat je iets produceert, moet je al nadenken (zie: Rethink, Reduce en Redesign) over de circulaire implicaties van je product. Pas daarna komen de andere stappen. Als je meteen begint met grondstoffen die uit de herwinning te laten komen, dan weet je zeker dat ze ook weer helemaal te herwinnen zijn.

Denk dus meteen na over het voorkomen van de ‘blend’ van grondstoffen in producten. Doe dat helemaal in het begin, nog voordat het product geproduceerd is en op de markt komt. Dat maakt dat het product na het afdanken veel eenvoudiger circulair te houden is.

Ook voor de andere ‘R-en’ is dit alleen maar handiger.

 

En die derde cirkel?

Die derde cirkel is uiteraard; De invloed van de mens!  We moeten veel meer aandacht vragen voor en aandacht schenken aan het gedrag van de mens in de Circulaire Economie. Onze economie, onze samenleving is eigenlijk nog helemaal niet klaar voor een Circulaire Economie. Wij kunnen bepaalde patronen maar heel lastig loslaten. Niet alleen in onze behoefte aan consumeren, maar vooral dat onze hele samenleving en onze hele economie gebaseerd is op patronen waarvoor er voor een Circulaire Economie helemaal geen plaats.

Misschien voor ‘een beetje circulair’ nog wel, maar ja, dat bestond niet hebben we net geleerd!