fbpx
Drie redenen waarom diversiteit en inclusie mislukken

Drie redenen waarom diversiteit en inclusie mislukken

En drie tips die wel werken!

 

Een vijfde van alle bedrijven in Nederland stuurt actief op een diverse en inclusieve bedrijfsvoering. Dat zou echt te gek zijn, ware het niet dat dit niet is omdat het niet nodig is. Nee, het wordt gewoon simpelweg niet gedaan omdat het niet als prioriteit wordt gezien. En hoewel de overheid meer stuurt op beleid, weet zij ook niet de door haar zelf opgelegde doelen te halen.

Dat is op zich niet heel vreemd, want hoeveel bedrijven ken jij die überhaupt iets van een gedegen strategie of visie hebben rondom hun medewerkers? En hoe staat dat in jouw eigen organisatie?

Toch is dat jammer. Want het Nederlandse bedrijfsleven laat daardoor veel liggen. Want we weten allemaal dat het juist de mensen in het gebouw zijn die het succes van een bedrijf bepalen en veel minder het gebouw of het logo op het dak. Onderzoeken hebben aangetoond dat een organisatie met een divers personeelsbestand en een inclusieve cultuur succesvoller zijn dan hun concurrenten. Dus waarom staat het thema niet hoger op de prioriteiten lijst?

 

Wat zijn diversiteit en inclusie?

Wij houden er van dingen simpen en begrijpelijk te houden. Daarom geen lange ingewikkelde uitleg, maar een korte omschrijving die de essentie weergeeft.
Diversiteit is de samenstelling van je personeelsbestand. En gaat dus over de verhouding van verschillende groepen in je bedrijf. Vaak verdeeld over sexe, geaardheid, herkomst en levensovertuiging. In een diverse organisatie zie je een verdeling die grofweg overeenkomt met onze samenleving.
Inclusie is de manier waarop deze bonte groep mensen met elkaar samenwerkt. Het gaat dus veel meer over de cultuur van een organisatie. In een inclusieve organisatie ervaart elk individu dat hij of zij zichzelf kan en durft te zijn en alleen wordt aangesproken op zijn of haar handelingen en verantwoordelijkheden?

 

Drie redenen waarom diversiteit en inclusie mislukt

1) Er wordt geen noodzaak ervaren


Onvoldoende bewustwording speelt in de organisatie een grote rol. Hierdoor wordt de noodzaak niet ervaren en niet gevoeld. En als de noodzaak niet ervaren wordt, dan regeert de waan van de dag. Maar laten inclusie en diversiteit nou thema’s zijn die toch echt gaan over vandaag. Waar duurzaamheid vaak de neiging heeft te gaan over de lange termijn, gaat het hier over het nu. Want medewerkers die niet optimaal presteren omdat ze zich niet veilig voelen op de werkvloer, dat zie je echt terug in de resultaten.   

Dat dit thema de aandacht van de directie zou moeten hebben blijkt wel uit een onderzoek wat aantoont dat één op de vijf werknemers last heeft van ongepast gedrag jegens hen. Lees nog eens goed; 20% van de mensen voelt zich dus niet helemaal senang op de werkvloer. Wat zou het betekenen voor jouw bedrijf wanneer iedereen lekker in hun vel zou zitten en optimaal zou presteren…

2) Er is een gebrek aan leiderschap en visie


Net als alle aspecten van duurzaamheid is diversiteit en inclusie niet iets wat het exclusieve domein van de directie is of van het management. Toch zie je bij organisaties die niet verder komen dat ze niet in staat zijn hun boodschap te laten landen bij de medewerkers.

Daarbij spelen twee zaken een rol. Ik ervaar in Nederland echt een armoede op het gebied van leiderschap. En dan zeker op het gebied van communicatie met de achterban. Leiders die geen standpunt innemen of geen beslissing durven te nemen. We hebben te veel managers en te weinig leiders, maar laat ik daar vandaag niet te veel op ingaan.
Want bovenstaande komt samen in het tweede issue en dat is dat er vaak geen visie is op het gebied van diversiteit en inclusie. Deze twee versterken elkaar in negatieve zin. Wij zien een gedegen visie namelijk als mechanisme om je organisatie in te richten en richting te geven. Wanneer deze ontbreekt is het voor de zwakkere broeders en zusters in het leiderschap nagenoeg onmogelijk het beleid uit te voeren.

Enkel een training of een workshop is een prima middel om mensen bewust te maken, het is echter niet de oplossing. Het gaat niet alleen om vaardigheden, maar juist ook om de juiste mindset en omgeving. Voordat je aan de slag gaat met een diversiteitsprogramma is het belangrijk om een visie te ontwikkelen, een businesscase te hebben om pas daarna aan de slag te gaan met bewustwording, vaardigheden en gedrag. 

3) Er is niemand verantwoordelijk

Iedereen kan een mening over hebben over diversiteit en inclusie. Maar wanneer er geen visie is heeft de organisatie er geen mening over. En zonder visie voelt niemand zich verantwoordelijk.

Als diversiteit en inclusie op de agenda staan, is het vaak een to-do item. Bijna iedereen vindt diversiteit en inclusie belangrijk, maar wie is er nou verantwoordelijk voor? Wanneer iedereen verantwoordelijk is, is niemand verantwoordelijk. Om diversiteit onderdeel te maken van het DNA van de organisatie is het essentieel om vorm te geven aan de verantwoordelijken in de verschillende functies en rollen van de organisatie.

Ook moet je mechanismen in organisatie inrichten. Is het echt van belang dat je vooraf weet wie er achter het CV zit? Of geef je iedereen een eerlijke kans en laat je potentiële kandidaten anoniem solliciteren. En hoewel ik persoonlijk niet zo’n fan ben van quota kunnen deze wel degelijk helpen. In ieder geval halen ze de managers van de automatische piloot.

 

En wat zou je dan wel moeten doen?

 

Wij zijn groot fan van de leercurve van Maslow. Telkens opnieuw bewijst de leercurve dat er een logische volgorde te hanteren is wanneer nieuwe plannen geïntroduceerd worden. Om van het onbewust-onbekwaam tot het ultieme onbewust-bekwaam te komen moet je deze stappen volgen.

Creëer bewustwording


En dan niet met z’n allen in een grote zaal luisteren naar een wijze goeroe met na afloop een slappe bak koffie en cake. Nee, laat mensen ervaren waarom ze met diversiteit en inclusie aan de slag zouden moeten gaan. Laat ze vervolgens zelf ervaren wat hun eigen onbewuste vooroordelen zijn en leer ze hun eigen, vaak onbewuste, gedrag te herkennen.

Maak mensen vaardig


Nu je organisatie bewust is, moet je mensen de vaardigheden geven verandering te brengen in hun bestaande patronen. Dat kan door samen te kijken naar concrete oplossingen en toepassingen die aansluiten op jullie specifieke situatie.

Maar vaak is dat niet voldoende. Het is nieuw, het is anders en we kunnen niet zo maar verwachten dat medewerkers zelf weten wat ze morgen moeten doen. Daar hebben ze hulp bij nodig. Hup in de vorm van een nieuwe set aan skills. Dit kan je bijvoorbeeld doen door naast trainingen en workshops ook initiatieven zoals een mentorship programma aan te bieden.

Borg gedrag

De grootste valkuil bij veranderingen is de sleur van alledag. Je herkent het vast wel; je hebt deel genomen aan een te gekke workshop en je kan niet wachten om al die gave dingen maandag toe te passen. Maar maandagochtend begin je al met het blussen van de eerste brandjes en na drie weken ben je die hele workshop al weer vergeten.

Zonde van de tijd en energie die in de verandering is gestoken. Wat je moet doen is zorgen dat je mechanismen in de organisatie inricht die zorgen dat de enige logische uitkomst het gewenste gedrag is. Bij het verzinnen van deze mechanismen is het vaak goed om het proces in je bedrijf te volgen. En kijk dan niet alleen naar de business (productie, dienstverlening, of wat dan ook) van je bedrijf. Denk ook eens na over bijvoorbeeld de on-boarding van nieuwe medewerkers.

Toon leiderschap


Ja, die is makkelijk hoor ik je denken. “Er is een gebrek aan leiderschap en dus is de oplossing goed leiderschap”. Maar de basis wordt absoluut gelegd in het leiderschap van een organisatie. En dat begint bij het vormen van een visie. Om deze visie vervolgens te vertalen naar beleid en mechanismen. En vergeet ook vooral niet dat alles wat hierboven staat ook geldt voor jou en je management team. Dat vergeten we nog wel eens. We sturen iedereen op cursus, maar daar hebben we zelf toch helemaal geen tijd voor…

In 1997 schaap lukte het wetenschappers schaap Dolly te klonen. En wat een ophef gaf dat. Toch zien we dat managers vaak op zoek zijn naar hun eigen Dolly’s. Het liefst nemen ze mensen aan die lijken op wat ze al in huis hebben of die veel op henzelf lijken. En net als in de natuur werkt dat niet. Incestueuze verbindingen zijn vaak zwak en leiden tot de meest vreemde afwijkingen. We hebben als organisme vers bloed nodig om ons als soort sterk en weerbaar te maken. En dat geldt ook voor organisaties.

En dus…

Een divers en inclusief bedrijf is een leukere organisatie om voor en mee te werken. Medewerkers voelen zich meer verbonden. En voor maatschappelijke organisaties is er eerder sprake van een afspiegeling van de maatschappij en je “klanten”.

Diversiteit heeft daarom ook een economische functie. Een diverse organisatie functioneert beter omdat er ruimte is voor verschillende inzichten en meningen. En medewerkers identificeren zich makkelijker met de organisatie wat maakt dat zich verbonden voelen.

En een inclusieve organisatie krijgt te maken met productievere medewerkers die ook in hun dagelijkse leven positiever tegen het leven aankijken. Wat we zien is dat inclusieve organisaties vaak ook gezondere medewerkers hebben. En dat is logisch, kijk nog maar eens goed naar de pyramide van Maslow. Daar vind je het antwoord.

Maak diversiteit en inclusie daarom onderdeel van de visie en strategie van je bedrijf. Het gaat uiteindelijk om mensen, en laten die nou net het hart van elke organisatie zijn. 

Houd vaker afstand

Houd vaker afstand

Niet lang geleden vroeg ik tijdens een virtueel bedrijfsbezoek aan de CEO van het bedrijf naar een situatie waarin hij het meest had geleerd. Hij begon te stralen. Met een grote glimlach stak hij van wal. Hij had eens een tocht door de bergen gemaakt met enkele andere CEO’s. Ze spraken voor het eerst echt over zichzelf; wat zij belangrijk vonden, los van de business. Het ging over persoonlijke waarden, over hoe zij in het leven stonden en wat hun echt raakte. Om uiteindelijk toch tot de conclusie te komen dat dit feitelijk zo’n beetje ‘alles’ zei over hoe zij het bedrijf wilden aansturen.

Hij leerde hier dat niet alleen hijzelf, maar misschien alle leiders van grote organisaties vaker op dit niveau bezig zouden moeten zijn over waar het met het bedrijf naartoe zou moeten gaan. Dus zouden ze veel vaker over de elementen, die ze nu op de bergtop bespraken, ook thuis moeten blijven bespreken met elkaar. Nog voordat ze thuis waren was er alweer een volgende bijeenkomst in de agenda gezet. Een paar dagen samen een bergtop bedwingen gaf blijkbaar meer inzicht dan een peperduur MBA-programma!

 

Bijzonder?

Is het bijzonder dat je juist op een bergtop dit soort dingen bespreekt?
Nee, ik denk het niet. Het is misschien zelfs wel logisch dat je pas aan dit soort reflectie toekomt als je even helemaal loskomt van de dagelijkse hectiek. Dat je bewust even afstand neemt en uit je denksysteem stapt om dingen op een andere manier beter te kunnen zien.

 

De verleiding om je als hoofdverantwoordelijke voor een grote organisatie, te laten leiden door de resultaten die per quarterly van je worden verlangd, is natuurlijk erg groot. De belangen zijn namelijk erg groot en iedereen verwacht dat jij als leider, the boss, duidelijk grip houdt op allerlei zaken. Maar hoe doe je dat?

 

Einstein zei het al: We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them.”

 

Neem afstand

Voordat je het doorhebt zit je in een groef die je telkens naar dezelfde oplossing leidt en die telkens toch niet de echte oplossing blijkt te zijn. Dus neem vaker wat afstand. Neem vaker bewust een route die niet vanonder het systeemplafond wordt bereikt, maar door meer de natuur in te gaan. Kijk meer om je heen. Er zijn zoveel dingen in de natuur die vanzelf lijken te gaan. Bijvoorbeeld, met dat ik dit schrijf kijk ik naar een boom in mijn tuin. Hij is kaal óf dood, in de winter zie ik dat namelijk nooit zo goed. Wat ik wel weet is dat het nu niet het moment is om hem om te zagen. Want er is een grote kans dat hij het straks in het voorjaar toch weer gaat doen.

Gelukkig heb ik het dus even van een afstandje bekeken, want ik was bijna te ijverig geweest in het oplossen van het probleem van een ‘kale boom’! Bovendien hielp een wandeling met mijn beste vriend – die wel verstand van bomen heeft – ook heel erg.

 

En misschien zit er dan wel een verschil tussen een probleem met een kale boom en het runnen van een grote organisatie, maar er zijn ook heel veel overeenkomsten.

 

Op zoek naar een manier om gepast afstand te nemen en toch een mooi doel bereiken? Klik hier.

Oprechte aandacht

Oprechte aandacht

Lang heb ik gedacht dat kinderen opvoeden bestond uit het faciliteren van de meest optimale omstandigheden om op te groeien. En dan voornamelijk op materieel vlak. Er kon veel in mijn jeugd waardoor er van alles mogelijk was op het gebied van sport, kleding, vakanties, et cetera. Dat ik daarbij ook tegen zaken aanliep die niet met een pleister en een keer vroeg naar bed over wilden gaan, dat gedeelte kwam minder goed uit de verf. Er werd gehandeld zoals het hen was voorgedaan. Zo gaan die dingen, van generatie op generatie. Ik zorgde er zo goed en zo kwaad voor dat ik mee kon in de vaart der volkeren en begon aan mijn leven als volwassene, klaargestoomd om ook mijn rol als ouder op me te nemen.

 

Lijntje met je kinderen

Als vader van vier deed ik hard mijn best om ook een zo goed mogelijke opvoeder te zijn. Daarbij onbewust in de voetsporen van mijn ouders tredend totdat mijn vrouw me herhaaldelijk probeerde duidelijk te maken dat ik daarbij een heel belangrijk onderdeel van de opvoeding over het hoofd zag. Namelijk of ik mijn kinderen wel echt zag voor zie waren. Onbewust zorgde ik ervoor dat er altijd een zekere afstand bleef tussen mij, de opvoeder, en mijn kinderen. Want zo hoorde dat, zo had ik dat onthouden. Ik slaagde aardig in het faciliteren; ze hadden een prima dak boven hun hoofd, hadden goede kleren, ze konden lid worden van een sportclub en ze hadden grote vrijheid in het uitzoeken van hun scholen. Natuurlijk was ik er voor ze als ze pijn hadden na een valpartij of ’s nachts wakker waren geworden van een nachtmerrie maar of ik er echt was voor ze, of ik echt aanwezig was, dat durf ik best te betwijfelen. Of ik een lijntje had met de mens achter mijn kinderen; nee dat is er lang niet geweest. Wist ik wel wat er zich in hen afspeelde? Waar ze over nadachten? Waar ze tegen aan liepen? En konden ze, zo jong als ze waren dat überhaupt wel onder woorden brengen zodat ik hen zou begrijpen?

 

Leiders zijn soms ook een soort ouders

Waar gaat dit alles naartoe, hoor ik je denken? Eigenlijk probeer ik een link te leggen met de leiders van Nederland. Qua takenpakket zijn er zo nu en dan best wel raakvlakken met het ouderschap. Als het goed is, proberen zij toch ook de meest ideale omstandigheden te creëren zodat hun werknemers ook optimaal kunnen presteren. Maar kijken zij ook verder dan de buitenkant? Gaat het verder dan wat ze zien en horen op de werkvloer? Zijn zij zich ook even goed bewust van de mens achter de medewerker? Op een heleboel vlakken gaat de vergelijking ‘leider: ouder’ mank want leiders hebben vaak eenvoudigweg niet de tijd om alle medewerkers persoonlijk te leren kennen. Ook hebben ze natuurlijk niet met kinderen te maken maar met volwassenen. Maar in hoeverre is iemand volwassen als ze de wettelijke leeftijd van 18 hebben gepasseerd? Een echte leider zou in ieder geval over een gezonde dosis empathie moeten beschikken. Uiteindelijk gedijt ieder mens het beste bij een gezonde portie persoonlijke aandacht op zijn tijd.

De tweede lockdown laat ons zien hoe belangrijk het is dat mensen vooral begrepen worden, alle goedbedoelde en noodzakelijke maatregelen die er op dit moment van kracht zijn ten spijt.

Het merendeel gaat onbewust

Langzaamaan krijgt Nederland samen met de rest van de wereld grip het virus en het wordt duidelijk wat de psychische effecten daarvan zijn. Wat betekent deze periode van isolatie voor ons? We relativeren ons drie slagen in de rondte maar de meesten zitten er geestelijk aardig door heen. Mensen leren en gedijen door de omgang met anderen. Dat kun je niet alleen. Je merkt wat er gebeurt als de broodnodige interactie met de ander lange tijd uitblijft. Een wetenschappelijke benadering daarbij waarin duidelijk wordt dat de mens niet gemaakt is om lang verstoken te blijven van contact met anderen, is een uitleg over het polyvagale systeem. Een moeilijke verzamelnaam voor ons gehele zenuwstelsel waarbij gebleken is dat het merendeel van ons handelen op onbewust niveau plaatsvindt. Het geeft een goede uitleg waarom heel veel mensen de laatste maanden somber zijn.

Terug naar de realiteit

Genoeg over de effecten van corona. Er is licht aan het eind van de tunnel en gelukkig redden de meesten van ons het uiteindelijk wel. De link met het voorgaande? We gaan even terug naar de emotionele zorg voor mensen. Er wordt veel gesproken over het creëren van optimale werkomstandigheden en mensen die thuis kunnen werken als ze dat willen; straks als de wereld weer opengaat. Online is er immers zoveel mogelijk gebleken. Maar willen we dat wel?

Ken jezelf

Ken jij als leider je mensen goed genoeg om te weten of dat wel goed voor ze is?

Het klinkt misschien een beetje vergezocht maar ik weet zeker dat er nog een groot aantal (met name) heren aan het roer staat dat nog steeds denkt en handelt zoals ik ben opgevoed. ‘Vanavond vroeg naar bed en dan zal je zien dat het morgen weer over is’. Helaas werkt het zo dus niet. Er is echt meer bewustzijn voor nodig.

 

Duurzaamheid is synoniem aan zelfkennis

We willen naar een duurzame wereld toe waar mensen handelen vanuit een gezond normen en waarden-pakket. Maar kan dat wel als ze niet worden aangesproken op hun mens zijn? Duurzaamheid kan niet worden bereikt met louter en alleen faciliteren en sanctioneren. Duurzaamheid is een staat van zijn. En dat bereiken, is alleen mogelijk als je zelf weet wie je bent en waar je staat. En daar is oprechte aandacht onmisbaar bij.

De drie uitdagingen van circulaire economie

De drie uitdagingen van circulaire economie

Hoewel we zien dat er steeds meer over wordt gesproken, zien we helaas ook nog veel misverstanden. Bijvoorbeeld doordat nog niet iedereen zich ervan bewust is dat een circulaire economie pas werkt als het al onze huidige uitgangspunten van een (gezonde) economie in twijfel trekt. Het vraagt om een hele andere benadering van economische principes. In de Week van de Circulaire Economie zetten we drie uitdagingen van de circulair ondernemen voor je op een rij.

Dus helaas, (alleen) wat grondstoffen laten rond circuleren is nog geen échte circulaire economieDaarmee is circulaire economie mogelijk ook wat complexer in te voeren, dan we graag zouden zien. Het vraagt om een andere benadering.  Daarom het voorstel om de volgende drie thema’s op de politieke- en maatschappelijke agenda te zetten en te houden:

 

 

1) Laat de ontmanteling – na het afdanken van het product – over aan de producent.

 

Deze weet immers exact hoe het product in elkaar zit en dus ook het beste hoe ze het meest effectief ontmanteld kan worden aan het einde van de levenscyclus. Bijkomend voordeel van deze verantwoordelijkheid is dat de producent er dan ook onbetwist meer aandacht voor krijgt. Waarschijnlijk zal er dan een aantal zaken meteen veel slimmer aangepakt worden omdat ook hiervoor een verdienmodel zal ontstaan. Nu heeft een producent nog te weinig voordeel van een goede ontmanteling. Daarom zou de overheid ook wettelijke verplichting en verantwoordelijkheid moeten gaan stellen aan ontmanteling. Zo activeer je het bedrijfsleven echt bij te dragen aan de verduurzaming van de samenleving.

 

Maar een slimme producent zou dan zelf nog wel een stapje verder kunnen gaan. Want hij heeft namelijk binnen de (échte) circulaire economie een levensgroot belang. Namelijk dat de meest essentiële grondstoffen ‘puur’ blijven. Want het gebruik van ‘vuile’ en gemixte grondstoffen is veel lastiger bij het opnieuw verwerken van producten.

 

Als producent heb je dus belang bij een 100% ‘retour-stroom’ van je eigen grondstof. Of veel liever nog, dan heb je de complete onderdelen retour die het nog prima doen en zo weer in een ander volgend product passen!  Als je het goed bekijkt zit bij een circulaire economie eigenlijk alles wat je voor een nieuw product nodig hebt, qua grondstof, vaak ook al verscholen in het oorspronkelijke ‘oude’ product wat je terugkrijgt. Waarom zou je dan niet zelf eigenaar blijven als producent ? Zodat niemand anders ermee vandoor kan gaan?

 

Dit alles heeft zoveel voordelen vanuit de circulaire economie voor de producent en de samenleving, dat het gek is dat dit nu al niet veel meer gebeurt.

 

 

Hoe gaat dit in de praktijk?

 

Bijvoorbeeld; Miele, de wasmachine-producent. Ze stoppen met verkopen van wasmachines en gaat ze alleen nog maar verhuren. Miele wordt hiermee ‘schone-was-dienstverlener’ en doet precies wat je ook in de zeven R-en van de Circulaire economie terugvindt. Miele belooft haar klanten dus wel onverminderd de ultieme schone was, maar hoeft voor nieuw inkomen daarvoor niet telkens weer een nieuwe wasmachine te verkopen. Opeens wordt het heel interessant om alleen nog ‘onverwoestbare en super gebruiksvriendelijke wasmachines’ te produceren. Als dit je hoofdactiviteit wordt, dan zorgt er natuurlijk ook voor dat ze bijna niet meer kapot gaan. En als ze dan toch kapot gaan, dan heb je vervolgens groot belang bij standaard reserve-onderdelen. En ook daar heb je natuurlijk dan goed over nagedacht, zodat je een stuk minder hoeft te produceren om toch een hele goede business te hebben.

 

De consument hoeft dus geen eigenaar meer te zijn, met alle gedoe van dien, maar mag des te meer zeer hoge eisen stellen aan een dienstverlening. Iedereen blij.

 

Voordeel is dat er nooit meer onzorgvuldig met bruikbare onderdelen of grondstoffen zal worden omgegaan.

 

 

2) Hoe betalen we de circulaire economie?

 

Dit is misschien wel het meest belangrijke, maar dermate complex vraagstuk, dat het tegelijk de meest grote uitdaging vormt. Als we namelijk vasthouden aan de huidige vorm van onze economie, dan kan er namelijk helemaal geen circulaire economie ontstaan.

 

Alle huidige economische systemen zijn namelijk gericht op economische groei. En dat kan alleen als je telkens wat toevoegt aan de economie. Maar hoe gaat dat dan in een circulaire economie?

 

Nu halen we veel toegevoegde waarde uit het delven van grondstoffen uit natuurlijke bronnen. Als we dat delven uit de natuur niet, of veel minder gaan doen, dan zou je dus de groei aan de waarde van hergebruik van grondstoffen moeten ontlenen. En dat gaat nog niet zo hard. De grondstoffen blijven te goedkoop.

 

Waarbij het natuurlijk de vraag is hoe dan nu kan? Wie of wat betaalt dit surplus? Waarschijnlijk kan dit omdat we de samenleving voor de rekening laten opdraaien en we bereid zijn de aarde uit te putten.

 

In een circulaire economie ga je dit anders doen. Met patronen die tot nu toe nauwelijks te financieren zijn. Grondstoffen worden niet zomaar meer waard. De kosten om de grondstoffen telkens weer te gebruiken, kunnen niet zomaar worden verlegd naar de consument.

 

Maar ook het ‘in eigen bezit’ houden van producten, zoals hierboven als stimulerend voor een circulaire economie wordt zien, is eigenlijk niet te doen voor de producent. Stel je voor dat Miele alle wasmachines moet gaan voorfinancieren en pas op de veel langere termijn hier surplus op kan krijgen. Dat gaat binnen ons huidige economisch stelsel helemaal niet. En dat is dus een groot probleem.

 

De conclusie is dat er eigenlijk -van rechtswege- een extra stimulerende regeling moet komen. Iets wat lijkt op een belasting op nieuwe grondstoffen of juist een mooie fiscale korting bij gebruik van alleen herbruikbare grondstoffen.

 

Dat werkt waarschijnlijk het best als je alleen voordeel krijgt als je ook daadwerkelijk zelf die eigen grondstoffen weer gaat gebruiken. Alleen dan geef je de producenten ook echt de incentive om er in de productie meteen rekening mee houden. Want dan geldt; wat je nu in elkaar produceert, moet je straks zelf weer uit elkaar halen of opnieuw gebruiken. En dan ga je daar vanzelf slimmer in worden.

 

Het moet dus financieel veel interessanter worden om ‘korte cirkels’ te maken met grondstoffen en hergebruik van componenten. Nu zijn alle verdienmodellen gebaseerd op het tegenovergestelde. Namelijk: We verdienen met zoveel mogelijk te verkopen en hopen het daarna nooit meer terug te zien. Inktcartridges zijn een goed voorbeeld. De inkt kost bijna niks, de printer kost bijna niks, maar die cartridges zijn niet aan te slepen. En lang niet alle lege cartridges komen weer terug bij de leverancier. Vaak liever niet zelfs, want die exemplaren zijn vaak veel storingsgevoeliger.

 

Hergebruik is bij een dergelijk economisch principe totaal niet interessant. En daar moet paal en perk aan worden gesteld. Het doel wat we willen bereiken is helder, maar de weg er naartoe gaat te vaak gepaard met verkeerde keuzes. Want zo komen we er niet.

Een circulaire economie is dus lastig te bereiken omdat het zich zo slecht verhoudt tot de grondslagen van de huidige economie. We willen wel, maar we zetten onszelf klem.

Er is een grote verandering van ‘script’ nodig. We moeten anders gaan denken

 

 

3) Hoe bereik je anders denken en anders handelen van mensen?

 

Als afgeleide van de eerste twee onderwerpen kunnen we concluderen dat een circulaire economie enerzijds een hele abstracte term is, die lastig helemaal concreet te maken is. Anderzijds is het juist heel concreet als je het omschrijft als iets stoffelijks. Iets dat alleen met materie te maken heeft. Dus misschien moet daar nog iets anders aan worden toegevoegd. Het is namelijk de mens die de circulaire economie mogelijk moet maken.

 

Natuurlijk moeten we minder Co2 uitstoten. Natuurlijk moeten we meer grondstoffen hergebruiken. Sommige stoffen raken gewoon uitgeput, dus op den duur hebben we geen keuze meer.

 

Maar er is meer. Voor elke van deze oplossingen zit er een mens aan de knoppen. Die doet iets wel of doet iets niet. Voor elk besluit, op de grote schaal die nodig is, hebben we een meerderheid nodig die zich bewust is dat het om grote aanpassingen van ons allen vraagt.

 

“We kunnen niet niks willen veranderen en toch een verandering verwachten.”

 

Er moet dus een veel stevigere dialoog komen in de samenleving over wat we verwachten van onszelf en onze medemens. Kunnen we zo door? Willen we nog wel zo door? Hoe voorkomen we dat we teveel op ramkoers komen te liggen met de huidige economische modellen? Wanneer zetten we de overgang in naar andere economische modellen?

 Maar ook; Wie krijgt straks de rekening als we daar niet nu mee beginnen?

 

Mogen we een keer voorbij de ‘Geitenwollensokken’-prietpraat en moeten we niet een keer aan de slag? We willen toch een goede economie? Prima, dus doe er dan wat aan!  Zoals we nu leven, houdt binnenkort gewoon op, en dan?

Is de circulaire economie echt het alternatief wat we zien voor de toekomst? Misschien moeten we deze nieuwe economie en wat daar voor nodig is, dan wat meer serieus gaan nemen!

 

 

Wat is circulaire economie?

Wat is circulaire economie?

Deze week is het de Week van de Circulaire Economie en daarmee krijgt de economie van de toekomst, waarin we allemaal wat duurzamer moeten worden, weer de nodige aandacht.

Gelukkig krijgt de circulaire economie ook buiten deze week al veel aandacht. Je zou het bijna het meest populaire duurzaamheid symbool van de overheid kunnen noemen.

 

Toch zien we ook nog wat misverstanden ontstaan. Eigenlijk geldt voor de circulaire economie: ‘we willen het wel, maar we willen het ook niet’. En dat brengt ons tot de uitspraak: Mensen, ‘een beetje circulaire’ bestaat niet!

Dat is heel vervelend, maar wel waar. Daarom moeten we ook niet al te lichtvaardig naar de toekomst kijken. Er gaat wat veranderen. Er moet iets veranderen.

 

Om het onderwerp goed te kunnen begrijpen, moeten we beginnen met onderscheid maken tussen twee cirkels. En in dit artikel voegen wij er aan het einde een tot nu toe nog onbekende derde cirkel aan toe.

 

The Butterfly

Twee cirkels vormen samen de basis van de materiële Circulaire Economie (o.a. geïnitieerd door de Ellen MacArthur Foundation).  Het lijken net twee vleugels, die samen een vlinder vormen. Elke vleugel stelt een circulaire goederen stroom voor.

 

Butterfly Circulaire Economie

 

Zo is er enerzijds een biologische cirkel die we bijvoorbeeld kennen van de composthoop en het begraven van een dood vogeltje door de pieren die later door levende vogeltjes weer worden opgegeten. Dit is de meest eenvoudige uitleg van linker cirkel op het plaatje hierboven, maar natuurlijk zij hier ook hele geavanceerde industriële methodieken bij mogelijk.

 

Aan de andere kant van het plaatje zie je een technische cirkel die we bijvoorbeeld kennen van de glasbak of plastic recycling. En zeker deze technische circulariteit kan heel geavanceerd worden toegepast. Zelfs tot letterlijk ‘goud delven’ uit afval (onder andere uit mobiele telefoons).  En je snapt het al, hierin is veel geld te verdienen. Grof geld en dat gebeurt dus nu ook al.

 

We zien dus in de praktijk dat vooral deze herwinning van grondstoffen tot mooie voorbeelden leiden, daarom gaan we hierna daar juist wat uitgebreider in.

 

De Technische kant van de circulaire economie

Zeven keer een R, doorspekt met de M van Mens!

Circulair denken betekent denken in cirkels. Ook binnen de circulaire economie. En daarbij leren we steeds meer dat de ene cirkel duurzamer is dan een andere.

Rondom de technische cirkel, zeg maar de rechterzijde van het plaatje hierboven, is een indeling gemaakt die allemaal, heel handig te onthouden, beginnen met een R. We zien steeds vaker het gebruik van zeven R-en’, maar er zijn ook al varianten met ‘elf‘R-en’.

 

De zeven onderdelen van de circulaire economie

1

Rethink Solutions

Voordat je iets produceert, zou je eerst moeten bedenken welke impact de fabricage, het gebruik en afdankgedrag van je product zal zijn. Het ultieme duurzame is namelijk: Niet fabriceren! Want, alles wat je maakt, koopt, gebruikt en daarna afdankt, is altijd vervuilender, dan het niet maken.

Ontwikkeling en slimme fabricage van producten voor duurzamer gebruik
2

Reduce resources

Verminder het aantal grondstoffen in een product. Dit is de meest verstandige stap na de eerste overweging om het helemaal niet te maken. Een groot probleem vormt de  mix van grondstoffen tot een grondstof, die daarna niet meer afzonderlijk te verwerken is. Overweeg daarom om iets uit één materiaal te maken. Dan is het in alle stappen hieronder eenvoudiger te verwerken.

3

Reuse products

Gebruik het product, zolang het nog doet, ongewijzigd nog een keer. Veel producten die in onbruik raken, zijn nog prima te gebruiken door anderen. Zie bijvoorbeeld de enorme toename van handel in tweedehands kleding.

Meerdere malen gebruik maken van producten in originele staat
4

Repair components and parts

Hergebruik van een product, met het verschil dat er nu kapotte onderdelen worden vervangen. Of dat van producten die niet opnieuw gebruikt kunnen worden, alle onderdelen worden er uit gehaald die (ongewijzigd) nog uitstekend een tweede leven kunnen krijgen.

5

Refurbish reusable products

Opnieuw opbouwen van een product met zoveel mogelijk gebruikmaking van bestaande onderdelen die nog goed zijn. Bijvoorbeeld: Een bureaustoel ziet er erg gebruikt en versleten uit. Dan kunnen nieuwe armleuningen en  nieuwe bekleding van het rug- en zitvlak, de stoel er als nieuw uit laten zien. Dat de poten, de gasveer en het vulmateriaal al een eerder leven hebben gehad, ziet niemand.

Aanpassen van gebruikte producten.

 

Of hergebruik van grondstoffen

6

Recycle materials

Pas op het moment dat bovenstaand hergebruik onverstandig of onmogelijk wordt, komt het moment van herwinnen van de grondstoffen; het recyclen.  Hierbij worden producten ontmanteld of omgesmolten, wat uiteraard verlies van materiaal of energie betekent. Toch is dit natuurlijk altijd   beter dan de laatste stap.

7

Recover embedded energy

Op het moment dat van al het bovenstaande geen sprake meer kan zijn, is er nog de mogelijkheid om er in de afvalverbrandingsoven in ieder geval nog energie uit te halen. Eigenlijk zou dit echt de laatste stap moeten zijn.

Energie herwinning
(Rot in nature)

Het komt helaas ook nog steeds voor dat ‘grijs’ afval op een vuilnisbelt wordt gestort, zonder enig voordeel en alleen maar nadelen.

Er zijn landen in de wereld waarbij men dit als de enig haalbare optie ziet.

Overigens, organisch afval op land laten rotten is uiteraard prima! Dit levert mooie compost op, waarop nieuwe gewassen kunnen groeien.

Alleen duurzaam in geval van organisch afval.

 

Soms worden er vier extra ‘R-en’ hieraan toegevoegd. Zij zijn eigenlijk afgeleiden of tussenstapjes van de bovenstaande:

  • Refuse:, als tussenstap waarbij je als mens iets helemaal afwijst, dus niet koopt omdat het niet duurzaam genoeg gefabriceerd is of onvoldoende goed recyclebaar is.
  • Redesign, als tussenstap waarbij nieuwe producten actief en beter aan de duurzame eisen moeten gaan voldoen. Er zijn producenten die hiervan hun ‘merk-herkenning’ maken.
  • Remanufacture, als de meest vergaande stap van de refurbish-fase (opknappen), namelijk een soortgelijk product echt helemaal opnieuw maken vanuit oud (en nieuw) materiaal.
  • Retrieve (of repurpose) als laatste stap voor recycling. Dit is het hergebruik in een andere, vaak laagwaardige vorm dan voorheen. Bijvoorbeeld verpulverde textiel gebruiken als isolatiemateriaal. Of plastic paaltjes maken van plastic afval (blended mix) waar je verder niks meer mee kunt.

 

Een beetje circulair bestaat niet!

Hoewel we hierboven meerdere gradaties zien van het behandelen van producten of grondstoffen en we dit allemaal circulair noemen, kun je je afvragen welke stappen hiervan nu écht circulair zijn.

Het beeld wat men namelijk graag schetst is dat er vrij eenvoudig zoiets als ‘zero waste’ aan het einde van de keten bestaat. Maar is dat ook zo?

Nee, dat is niet zo! Die vorm, wat je eigenlijk het echte circulaire zou moeten noemen, is ontzettend lastig om te bereiken. En om dat te verklaren, noemen we een paar voorbeelden, om daarna ook meteen met een paar oplossingen te komen.

Kun je bijvoorbeeld alle grondstoffen zo maar herwinnen en hergebruiken?

 

Enkele voorbeelden:

– Van oud papier kun je weer nieuw papier maken. Maar als dat soort papier dan weer wit papier moet zijn, heb je meteen al een uitdaging. De inkt en andere vervuiling geeft nooit een echt wit (of wat daar ook maar in de buurt komt) papier. En omdat we een beetje grijs wel aankunnen, maar bruin papier vies vinden, maken we er al snel een laagwaardigere vorm van papier van, zoals WC-papier, of bleken het papier met chemicaliën. Of we voegen er veel ‘virgin’ (nieuw) materiaal aan toe. Dan noemen we het wel ‘gerecycled’, omdat er inderdaad ook wel een beetje gebruikt materiaal in zit, maar circulair mag je het dan misschien niet noemen.

– Metaal kun je weer omsmelten, net al plastic en andere omsmeltbare materialen. Maar circulair is dat je daarmee ook weer een materiaal terugkrijgt wat je weer op dezelfde manier zou kunnen gebruiken als de oorspronkelijke grondstof. En dat lukt bij omsmelting opvallend vaak goed, mits je maar zeker weet dat je echt alleen die ene grondstof omsmelt, anders krijg je een soort legering van materialen wat feitelijk een ander materiaal is en dus ook andere eigenschappen heeft.

– Daarom geldt voor bijna alle vormen van échte circulariteit dat je telkens ‘pure’ grondstoffen nodig hebt, anders is je cirkel nooit helemaal gesloten. Want is je grondstof niet puur, dan produceer je dus een laagwaardiger materiaal (meestal, niet altijd). En gebruik je dit laagwaardige materiaal in een product, dat daarna weer wordt omgesmolten, met wederom een niet pure toevoeging, dan is de grondstof al snel niet meer te verwerken. En dat wil je niet.

– Bijvoorbeeld: Stel je maakt een plastic paal van diverse gesmolten soorten plastic, dan weet je vrijwel zeker dat die paal daarna nooit meer tot iets anders omgesmolten kan worden. Die paal eindigt dus als ‘deze paal’ of in de afvaloven. Maar zou je dezelfde paal van één soort plastic maken (die daarvoor geschikt is), dan zou je telkens weer dat plastic – nu als paal, maar straks misschien als autobumper – kunnen omvormen en hergebruiken.

Kortom, we moeten oppassen om grondstoffen te veel met elkaar te vermengen. Als je het materiaal niet meer los van elkaar kunt krijgen, is het minder geschikt om her te gebruiken.

 

Terug naar de Zeven R-en

Het begint dus al meteen bij het begin. Voordat je iets produceert, moet je al nadenken (zie: Rethink, Reduce en Redesign) over de circulaire implicaties van je product. Pas daarna komen de andere stappen. Als je meteen begint met grondstoffen die uit de herwinning te laten komen, dan weet je zeker dat ze ook weer helemaal te herwinnen zijn.

Denk dus meteen na over het voorkomen van de ‘blend’ van grondstoffen in producten. Doe dat helemaal in het begin, nog voordat het product geproduceerd is en op de markt komt. Dat maakt dat het product na het afdanken veel eenvoudiger circulair te houden is.

Ook voor de andere ‘R-en’ is dit alleen maar handiger.

 

En die derde cirkel?

Die derde cirkel is uiteraard; De invloed van de mens!  We moeten veel meer aandacht vragen voor en aandacht schenken aan het gedrag van de mens in de circulaire economie. Onze economie, onze samenleving is eigenlijk nog helemaal niet klaar voor een circulaire economie. Wij kunnen bepaalde patronen maar heel lastig loslaten. Niet alleen in onze behoefte aan consumeren, maar vooral dat onze hele samenleving en onze hele economie gebaseerd is op patronen waarvoor er voor een circulaire economie helemaal geen plaats.

Misschien voor ‘een beetje circulair’ nog wel, maar ja, dat bestond niet hebben we net geleerd…

 

 

 

 

 

Circulaire economie, dat gaat toch over recyclen?

Circulaire economie, dat gaat toch over recyclen?

Zodra we spreken over duurzaamheid, popt bij de meeste mensen direct het woord recyclen op. Recyclen is toch dat denken in cirkels, waarbij je telkens bepaalde grondstoffen opnieuw gebruikt? Duurzamer kan niet, toch?

Het klopt, het is zeker duurzaam om grondstoffen opnieuw te gebruiken, maar of het de ultieme vorm van duurzaamheid is? Eigenlijk niet. Er zijn zelfs mensen die lijken te denken dat je even een beetje circulair in je winkelmandje plaatst en klaar bent…

 

De M van Mens

Wij mensen moeten nou eenmaal consumeren, bijvoorbeeld om te kunnen eten, anders gaan we dood. Het grote misverstand van de circulaire economie is dat je niet meer zoveel zou mogen consumeren. En dat is niet zo. Natuurlijk maakt het uit hoe je je gedraagt als consument en hoeveel je koopt en uiteindelijke weer afdankt, maar je zou bijna hetzelfde kunnen blijven doen en kopen als nu, alleen dan op een andere manier.

 

Er is nog zoveel te winnen in het gedrag van mensen. Neem onze basisconsumptie, die hoeft helemaal niet zo vervuilend te zijn. Voor het verzamelen van organisch afval zoals oud brood en groenteresten, hoef je geen ingewikkelde dingen te doen. Regel een grote ton en laat die af en toe legen door een bedrijf die er compost van maakt, of maak zelf een composthoop. Het zit hem vooral in het vervoer en de verpakkingen van onze voeding, die belastend zijn voor het milieu. Maar daar zijn voor en door mensen oplossingen voor te verzinnen. Als we maar willen.

 

Op de productie van duurzame goederen, die verder gaat dan onze basisconsumptie, hebben we minder invloed. De fabricage van een auto en het afdankgedrag als de auto het niet meer doet, is lastig te controleren voor de consument. Hetzelfde geldt voor bijv. kleding, gebouwen en mobiele telefoons. Echter, ook speelt ook op dit vlak het menselijk gedrag een grote rol binnen de circulaire economie. Want anders dan op de productie, hebben we als consument wel degelijk invloed op het gebruik, en het omgaan met deze goederen.

 

Over het geheel genomen zijn er een paar heel praktische tips binnen de Circulaire Economie die vragen om een bepaalde manier van menselijk handelen. Ik zou zeggen, ga de uitdaging eens aan om te kijken wat jezelf zou kunnen doen, zonder al te veel moeite. En zet daarnaast nog een stap extra, in het verzinnen van alternatieven en aanvullingen op deze tips. Als iedereen zijn steentje bijdraagt, scheelt dat al een hele hoop ellende in de belasting van de natuur.

 

Circulaire Economie Zeven R

Binnen de circulaire economie wordt vaak een rijtje van zeven gebruikt met opeenvolgende processen, allemaal beginnend met een ‘R’. De eerste R is daarbij het minst vervuilend en de laatste R het meest. Op alle vlakken kun je als mens vrij eenvoudig je steentje bijdragen. 

 

Rethink

Koop niet alles! We hoeven niet altijd alles alleen voor onszelf te hebben, je kunt het ook lenen van de buurvrouw of van een ander via Peerby.com.

 

Reduce

Wees zuinig met wat vervuilend zou kunnen zijn! Kijk als consument eens wat vaker hoe iets precies tot stand is gekomen. Is het biologisch of fair trade? Dat scheelt, want dat is meestal ook duurzamer. Ook kun je kijken naar het technische ontwerp en de materiaalkeuze. Let op de hoeveelheid verpakkingsmateriaal en kies in de winkel eens wat vaker voor onverpakte groenten.

 

Re-use

Gebruik iets vaker dan één keer! Er zijn veel dingen die je keer-op-keer weer kunt gebruiken. Tweedehandse kleding die er nog prima uitziet, is bijvoorbeeld vaak een goede en ook goedkopere keuze voor een nieuwe outfit. En tegenwoordig vaak nog hip ook! Wist je dat je tegenwoordig ook spijkerbroeken kunt leasen?

 

Repair

Repareer het, als het kapot is! Dus als je iets koopt met een stekker of een batterij, probeer dan eens een inschatting te maken hoe lang dat ding eigenlijk meegaat. Soms is het handiger én duurzamer om iets te kopen dat ook nog te repareren is als het kapot gaat. Kies dus vaker voor een product waarvoor genoeg reserve-onderdelen te verkrijgen zijn.

 

Refurbish

Breng het weer in stijl! Ik ken mensen die heel verdrietig waren dat ze afscheid moesten nemen van hun lekkere zitbank, omdat hij lelijk en versleten was geworden. Ze waren al aan het kijken naar een andere. Totdat ze bedachten dat ze die bank ook gewoon opnieuw konden laten bekleden . Hun oude vertrouwde bank in een nieuw jasje! En blij dat ze waren.

 

Recycle

Breng het weg naar iemand die er nog wat mee kan! We weten namelijk één ding heel zeker; als we het weggooien bij het grijs afval, dan is het daarna niet meer te recyclen. Dat is zonde. Dus bedenk wat vaker; Wat kan terug naar de fabrikant of de recycle-specialist?  Eigenlijk is het zo; alles wat de consument niet recyclet – of verwerkt op een andere manier zoals hierboven staat – zal vervolgens eindigen in de afvaloven. We hebben dus het menselijke gedrag nodig om te voorkomen dat we volstrekt bruikbare zaken afschrijven. Het moet veel normaler worden om bewust om te gaan met ons afdankgedrag en op die manier duurzamer te leven.

 

Recover

Tot slot, als het echt niet meer bruikbaar is, laat het dan nog voor onze benodigde energie zorgen. En dat begint bij de eigen afvalbak van ons huis. Mensen kunnen dit proces van energie-herwinning een handje helpen door ervoor te zorgen dat het afval in ieder geval droog is. Nat afval verbanden kost namelijk weer meer energie en levert daardoor uiteindelijk ook minder herbruikbare energie op.

We kunnen dus een hele hoop zelf en zijn in principe ook bereid om ons daarvoor in te zetten. Echter, het moet ons niet teveel raken. Wanneer burgers wordt gevraagd wat zij vinden van het principe ‘de vervuiler betaalt’, is de meerderheid, circa. 75 procent, het daarmee eens. Echter, wanneer vervolgens wordt gevraagd of men voorstander is van invoering van DIFTAR (een tarief voor het innen van consumentenafval) ligt het percentage dat het hiermee eens is meestal onder de 50 procent.

 

Conclusie

In de Week van de Circulaire Economie zal de herwaardering en het hergebruik van grondstoffen weer heel veel aandacht krijgen. En dat is goed!

We zien mooie nieuwe machines en grote nieuwe industrieterreinen waar we super geavanceerd grondstoffen scheiden. Dat dit kan, is fantastisch. Een grote stap voorwaarts.

Maar wat doen we met de rol van de mens in dit geheel? We doen af en toe echt pogingen om duurzamer te leven, maar als het te oncomfortabel wordt, verleggen we graag onze verantwoordelijkheid naar een ander. Naar de overheid, de industrie, de grote vervuilers. Daarmee verleggen we de rekening van ons eigen consumptiegedrag onterecht van ons af. Een rekening waarmee we niet zomaar kunnen blijven schuiven.

De circulaire economie moet veel meer gaan over de ‘M’ van Mens en veel minder over de ‘M’ van Materie. Misschien een idee voor het thema van volgend jaar?