fbpx
De drie uitdagingen van circulaire economie

De drie uitdagingen van circulaire economie

Hoewel we zien dat er steeds meer over wordt gesproken, zien we helaas ook nog veel misverstanden. Bijvoorbeeld doordat nog niet iedereen zich ervan bewust is dat een circulaire economie pas werkt als het al onze huidige uitgangspunten van een (gezonde) economie in twijfel trekt. Het vraagt om een hele andere benadering van economische principes. In de Week van de Circulaire Economie zetten we drie uitdagingen van de circulair ondernemen voor je op een rij.

Dus helaas, (alleen) wat grondstoffen laten rond circuleren is nog geen échte circulaire economieDaarmee is circulaire economie mogelijk ook wat complexer in te voeren, dan we graag zouden zien. Het vraagt om een andere benadering.  Daarom het voorstel om de volgende drie thema’s op de politieke- en maatschappelijke agenda te zetten en te houden:

 

 

1) Laat de ontmanteling – na het afdanken van het product – over aan de producent.

 

Deze weet immers exact hoe het product in elkaar zit en dus ook het beste hoe ze het meest effectief ontmanteld kan worden aan het einde van de levenscyclus. Bijkomend voordeel van deze verantwoordelijkheid is dat de producent er dan ook onbetwist meer aandacht voor krijgt. Waarschijnlijk zal er dan een aantal zaken meteen veel slimmer aangepakt worden omdat ook hiervoor een verdienmodel zal ontstaan. Nu heeft een producent nog te weinig voordeel van een goede ontmanteling. Daarom zou de overheid ook wettelijke verplichting en verantwoordelijkheid moeten gaan stellen aan ontmanteling. Zo activeer je het bedrijfsleven echt bij te dragen aan de verduurzaming van de samenleving.

 

Maar een slimme producent zou dan zelf nog wel een stapje verder kunnen gaan. Want hij heeft namelijk binnen de (échte) circulaire economie een levensgroot belang. Namelijk dat de meest essentiële grondstoffen ‘puur’ blijven. Want het gebruik van ‘vuile’ en gemixte grondstoffen is veel lastiger bij het opnieuw verwerken van producten.

 

Als producent heb je dus belang bij een 100% ‘retour-stroom’ van je eigen grondstof. Of veel liever nog, dan heb je de complete onderdelen retour die het nog prima doen en zo weer in een ander volgend product passen!  Als je het goed bekijkt zit bij een circulaire economie eigenlijk alles wat je voor een nieuw product nodig hebt, qua grondstof, vaak ook al verscholen in het oorspronkelijke ‘oude’ product wat je terugkrijgt. Waarom zou je dan niet zelf eigenaar blijven als producent ? Zodat niemand anders ermee vandoor kan gaan?

 

Dit alles heeft zoveel voordelen vanuit de circulaire economie voor de producent en de samenleving, dat het gek is dat dit nu al niet veel meer gebeurt.

 

 

Hoe gaat dit in de praktijk?

 

Bijvoorbeeld; Miele, de wasmachine-producent. Ze stoppen met verkopen van wasmachines en gaat ze alleen nog maar verhuren. Miele wordt hiermee ‘schone-was-dienstverlener’ en doet precies wat je ook in de zeven R-en van de Circulaire economie terugvindt. Miele belooft haar klanten dus wel onverminderd de ultieme schone was, maar hoeft voor nieuw inkomen daarvoor niet telkens weer een nieuwe wasmachine te verkopen. Opeens wordt het heel interessant om alleen nog ‘onverwoestbare en super gebruiksvriendelijke wasmachines’ te produceren. Als dit je hoofdactiviteit wordt, dan zorgt er natuurlijk ook voor dat ze bijna niet meer kapot gaan. En als ze dan toch kapot gaan, dan heb je vervolgens groot belang bij standaard reserve-onderdelen. En ook daar heb je natuurlijk dan goed over nagedacht, zodat je een stuk minder hoeft te produceren om toch een hele goede business te hebben.

 

De consument hoeft dus geen eigenaar meer te zijn, met alle gedoe van dien, maar mag des te meer zeer hoge eisen stellen aan een dienstverlening. Iedereen blij.

 

Voordeel is dat er nooit meer onzorgvuldig met bruikbare onderdelen of grondstoffen zal worden omgegaan.

 

 

2) Hoe betalen we de circulaire economie?

 

Dit is misschien wel het meest belangrijke, maar dermate complex vraagstuk, dat het tegelijk de meest grote uitdaging vormt. Als we namelijk vasthouden aan de huidige vorm van onze economie, dan kan er namelijk helemaal geen circulaire economie ontstaan.

 

Alle huidige economische systemen zijn namelijk gericht op economische groei. En dat kan alleen als je telkens wat toevoegt aan de economie. Maar hoe gaat dat dan in een circulaire economie?

 

Nu halen we veel toegevoegde waarde uit het delven van grondstoffen uit natuurlijke bronnen. Als we dat delven uit de natuur niet, of veel minder gaan doen, dan zou je dus de groei aan de waarde van hergebruik van grondstoffen moeten ontlenen. En dat gaat nog niet zo hard. De grondstoffen blijven te goedkoop.

 

Waarbij het natuurlijk de vraag is hoe dan nu kan? Wie of wat betaalt dit surplus? Waarschijnlijk kan dit omdat we de samenleving voor de rekening laten opdraaien en we bereid zijn de aarde uit te putten.

 

In een circulaire economie ga je dit anders doen. Met patronen die tot nu toe nauwelijks te financieren zijn. Grondstoffen worden niet zomaar meer waard. De kosten om de grondstoffen telkens weer te gebruiken, kunnen niet zomaar worden verlegd naar de consument.

 

Maar ook het ‘in eigen bezit’ houden van producten, zoals hierboven als stimulerend voor een circulaire economie wordt zien, is eigenlijk niet te doen voor de producent. Stel je voor dat Miele alle wasmachines moet gaan voorfinancieren en pas op de veel langere termijn hier surplus op kan krijgen. Dat gaat binnen ons huidige economisch stelsel helemaal niet. En dat is dus een groot probleem.

 

De conclusie is dat er eigenlijk -van rechtswege- een extra stimulerende regeling moet komen. Iets wat lijkt op een belasting op nieuwe grondstoffen of juist een mooie fiscale korting bij gebruik van alleen herbruikbare grondstoffen.

 

Dat werkt waarschijnlijk het best als je alleen voordeel krijgt als je ook daadwerkelijk zelf die eigen grondstoffen weer gaat gebruiken. Alleen dan geef je de producenten ook echt de incentive om er in de productie meteen rekening mee houden. Want dan geldt; wat je nu in elkaar produceert, moet je straks zelf weer uit elkaar halen of opnieuw gebruiken. En dan ga je daar vanzelf slimmer in worden.

 

Het moet dus financieel veel interessanter worden om ‘korte cirkels’ te maken met grondstoffen en hergebruik van componenten. Nu zijn alle verdienmodellen gebaseerd op het tegenovergestelde. Namelijk: We verdienen met zoveel mogelijk te verkopen en hopen het daarna nooit meer terug te zien. Inktcartridges zijn een goed voorbeeld. De inkt kost bijna niks, de printer kost bijna niks, maar die cartridges zijn niet aan te slepen. En lang niet alle lege cartridges komen weer terug bij de leverancier. Vaak liever niet zelfs, want die exemplaren zijn vaak veel storingsgevoeliger.

 

Hergebruik is bij een dergelijk economisch principe totaal niet interessant. En daar moet paal en perk aan worden gesteld. Het doel wat we willen bereiken is helder, maar de weg er naartoe gaat te vaak gepaard met verkeerde keuzes. Want zo komen we er niet.

Een circulaire economie is dus lastig te bereiken omdat het zich zo slecht verhoudt tot de grondslagen van de huidige economie. We willen wel, maar we zetten onszelf klem.

Er is een grote verandering van ‘script’ nodig. We moeten anders gaan denken

 

 

3) Hoe bereik je anders denken en anders handelen van mensen?

 

Als afgeleide van de eerste twee onderwerpen kunnen we concluderen dat een circulaire economie enerzijds een hele abstracte term is, die lastig helemaal concreet te maken is. Anderzijds is het juist heel concreet als je het omschrijft als iets stoffelijks. Iets dat alleen met materie te maken heeft. Dus misschien moet daar nog iets anders aan worden toegevoegd. Het is namelijk de mens die de circulaire economie mogelijk moet maken.

 

Natuurlijk moeten we minder Co2 uitstoten. Natuurlijk moeten we meer grondstoffen hergebruiken. Sommige stoffen raken gewoon uitgeput, dus op den duur hebben we geen keuze meer.

 

Maar er is meer. Voor elke van deze oplossingen zit er een mens aan de knoppen. Die doet iets wel of doet iets niet. Voor elk besluit, op de grote schaal die nodig is, hebben we een meerderheid nodig die zich bewust is dat het om grote aanpassingen van ons allen vraagt.

 

“We kunnen niet niks willen veranderen en toch een verandering verwachten.”

 

Er moet dus een veel stevigere dialoog komen in de samenleving over wat we verwachten van onszelf en onze medemens. Kunnen we zo door? Willen we nog wel zo door? Hoe voorkomen we dat we teveel op ramkoers komen te liggen met de huidige economische modellen? Wanneer zetten we de overgang in naar andere economische modellen?

 Maar ook; Wie krijgt straks de rekening als we daar niet nu mee beginnen?

 

Mogen we een keer voorbij de ‘Geitenwollensokken’-prietpraat en moeten we niet een keer aan de slag? We willen toch een goede economie? Prima, dus doe er dan wat aan!  Zoals we nu leven, houdt binnenkort gewoon op, en dan?

Is de circulaire economie echt het alternatief wat we zien voor de toekomst? Misschien moeten we deze nieuwe economie en wat daar voor nodig is, dan wat meer serieus gaan nemen!

 

 

Wat is circulaire economie?

Wat is circulaire economie?

Deze week is het de Week van de Circulaire Economie en daarmee krijgt de economie van de toekomst, waarin we allemaal wat duurzamer moeten worden, weer de nodige aandacht.

Gelukkig krijgt de circulaire economie ook buiten deze week al veel aandacht. Je zou het bijna het meest populaire duurzaamheid symbool van de overheid kunnen noemen.

 

Toch zien we ook nog wat misverstanden ontstaan. Eigenlijk geldt voor de circulaire economie: ‘we willen het wel, maar we willen het ook niet’. En dat brengt ons tot de uitspraak: Mensen, ‘een beetje circulaire’ bestaat niet!

Dat is heel vervelend, maar wel waar. Daarom moeten we ook niet al te lichtvaardig naar de toekomst kijken. Er gaat wat veranderen. Er moet iets veranderen.

 

Om het onderwerp goed te kunnen begrijpen, moeten we beginnen met onderscheid maken tussen twee cirkels. En in dit artikel voegen wij er aan het einde een tot nu toe nog onbekende derde cirkel aan toe.

 

The Butterfly

Twee cirkels vormen samen de basis van de materiële Circulaire Economie (o.a. geïnitieerd door de Ellen MacArthur Foundation).  Het lijken net twee vleugels, die samen een vlinder vormen. Elke vleugel stelt een circulaire goederen stroom voor.

 

Butterfly Circulaire Economie

 

Zo is er enerzijds een biologische cirkel die we bijvoorbeeld kennen van de composthoop en het begraven van een dood vogeltje door de pieren die later door levende vogeltjes weer worden opgegeten. Dit is de meest eenvoudige uitleg van linker cirkel op het plaatje hierboven, maar natuurlijk zij hier ook hele geavanceerde industriële methodieken bij mogelijk.

 

Aan de andere kant van het plaatje zie je een technische cirkel die we bijvoorbeeld kennen van de glasbak of plastic recycling. En zeker deze technische circulariteit kan heel geavanceerd worden toegepast. Zelfs tot letterlijk ‘goud delven’ uit afval (onder andere uit mobiele telefoons).  En je snapt het al, hierin is veel geld te verdienen. Grof geld en dat gebeurt dus nu ook al.

 

We zien dus in de praktijk dat vooral deze herwinning van grondstoffen tot mooie voorbeelden leiden, daarom gaan we hierna daar juist wat uitgebreider in.

 

De Technische kant van de circulaire economie

Zeven keer een R, doorspekt met de M van Mens!

Circulair denken betekent denken in cirkels. Ook binnen de circulaire economie. En daarbij leren we steeds meer dat de ene cirkel duurzamer is dan een andere.

Rondom de technische cirkel, zeg maar de rechterzijde van het plaatje hierboven, is een indeling gemaakt die allemaal, heel handig te onthouden, beginnen met een R. We zien steeds vaker het gebruik van zeven R-en’, maar er zijn ook al varianten met ‘elf‘R-en’.

 

De zeven onderdelen van de circulaire economie

1

Rethink Solutions

Voordat je iets produceert, zou je eerst moeten bedenken welke impact de fabricage, het gebruik en afdankgedrag van je product zal zijn. Het ultieme duurzame is namelijk: Niet fabriceren! Want, alles wat je maakt, koopt, gebruikt en daarna afdankt, is altijd vervuilender, dan het niet maken.

Ontwikkeling en slimme fabricage van producten voor duurzamer gebruik
2

Reduce resources

Verminder het aantal grondstoffen in een product. Dit is de meest verstandige stap na de eerste overweging om het helemaal niet te maken. Een groot probleem vormt de  mix van grondstoffen tot een grondstof, die daarna niet meer afzonderlijk te verwerken is. Overweeg daarom om iets uit één materiaal te maken. Dan is het in alle stappen hieronder eenvoudiger te verwerken.

3

Reuse products

Gebruik het product, zolang het nog doet, ongewijzigd nog een keer. Veel producten die in onbruik raken, zijn nog prima te gebruiken door anderen. Zie bijvoorbeeld de enorme toename van handel in tweedehands kleding.

Meerdere malen gebruik maken van producten in originele staat
4

Repair components and parts

Hergebruik van een product, met het verschil dat er nu kapotte onderdelen worden vervangen. Of dat van producten die niet opnieuw gebruikt kunnen worden, alle onderdelen worden er uit gehaald die (ongewijzigd) nog uitstekend een tweede leven kunnen krijgen.

5

Refurbish reusable products

Opnieuw opbouwen van een product met zoveel mogelijk gebruikmaking van bestaande onderdelen die nog goed zijn. Bijvoorbeeld: Een bureaustoel ziet er erg gebruikt en versleten uit. Dan kunnen nieuwe armleuningen en  nieuwe bekleding van het rug- en zitvlak, de stoel er als nieuw uit laten zien. Dat de poten, de gasveer en het vulmateriaal al een eerder leven hebben gehad, ziet niemand.

Aanpassen van gebruikte producten.

 

Of hergebruik van grondstoffen

6

Recycle materials

Pas op het moment dat bovenstaand hergebruik onverstandig of onmogelijk wordt, komt het moment van herwinnen van de grondstoffen; het recyclen.  Hierbij worden producten ontmanteld of omgesmolten, wat uiteraard verlies van materiaal of energie betekent. Toch is dit natuurlijk altijd   beter dan de laatste stap.

7

Recover embedded energy

Op het moment dat van al het bovenstaande geen sprake meer kan zijn, is er nog de mogelijkheid om er in de afvalverbrandingsoven in ieder geval nog energie uit te halen. Eigenlijk zou dit echt de laatste stap moeten zijn.

Energie herwinning
(Rot in nature)

Het komt helaas ook nog steeds voor dat ‘grijs’ afval op een vuilnisbelt wordt gestort, zonder enig voordeel en alleen maar nadelen.

Er zijn landen in de wereld waarbij men dit als de enig haalbare optie ziet.

Overigens, organisch afval op land laten rotten is uiteraard prima! Dit levert mooie compost op, waarop nieuwe gewassen kunnen groeien.

Alleen duurzaam in geval van organisch afval.

 

Soms worden er vier extra ‘R-en’ hieraan toegevoegd. Zij zijn eigenlijk afgeleiden of tussenstapjes van de bovenstaande:

  • Refuse:, als tussenstap waarbij je als mens iets helemaal afwijst, dus niet koopt omdat het niet duurzaam genoeg gefabriceerd is of onvoldoende goed recyclebaar is.
  • Redesign, als tussenstap waarbij nieuwe producten actief en beter aan de duurzame eisen moeten gaan voldoen. Er zijn producenten die hiervan hun ‘merk-herkenning’ maken.
  • Remanufacture, als de meest vergaande stap van de refurbish-fase (opknappen), namelijk een soortgelijk product echt helemaal opnieuw maken vanuit oud (en nieuw) materiaal.
  • Retrieve (of repurpose) als laatste stap voor recycling. Dit is het hergebruik in een andere, vaak laagwaardige vorm dan voorheen. Bijvoorbeeld verpulverde textiel gebruiken als isolatiemateriaal. Of plastic paaltjes maken van plastic afval (blended mix) waar je verder niks meer mee kunt.

 

Een beetje circulair bestaat niet!

Hoewel we hierboven meerdere gradaties zien van het behandelen van producten of grondstoffen en we dit allemaal circulair noemen, kun je je afvragen welke stappen hiervan nu écht circulair zijn.

Het beeld wat men namelijk graag schetst is dat er vrij eenvoudig zoiets als ‘zero waste’ aan het einde van de keten bestaat. Maar is dat ook zo?

Nee, dat is niet zo! Die vorm, wat je eigenlijk het echte circulaire zou moeten noemen, is ontzettend lastig om te bereiken. En om dat te verklaren, noemen we een paar voorbeelden, om daarna ook meteen met een paar oplossingen te komen.

Kun je bijvoorbeeld alle grondstoffen zo maar herwinnen en hergebruiken?

 

Enkele voorbeelden:

– Van oud papier kun je weer nieuw papier maken. Maar als dat soort papier dan weer wit papier moet zijn, heb je meteen al een uitdaging. De inkt en andere vervuiling geeft nooit een echt wit (of wat daar ook maar in de buurt komt) papier. En omdat we een beetje grijs wel aankunnen, maar bruin papier vies vinden, maken we er al snel een laagwaardigere vorm van papier van, zoals WC-papier, of bleken het papier met chemicaliën. Of we voegen er veel ‘virgin’ (nieuw) materiaal aan toe. Dan noemen we het wel ‘gerecycled’, omdat er inderdaad ook wel een beetje gebruikt materiaal in zit, maar circulair mag je het dan misschien niet noemen.

– Metaal kun je weer omsmelten, net al plastic en andere omsmeltbare materialen. Maar circulair is dat je daarmee ook weer een materiaal terugkrijgt wat je weer op dezelfde manier zou kunnen gebruiken als de oorspronkelijke grondstof. En dat lukt bij omsmelting opvallend vaak goed, mits je maar zeker weet dat je echt alleen die ene grondstof omsmelt, anders krijg je een soort legering van materialen wat feitelijk een ander materiaal is en dus ook andere eigenschappen heeft.

– Daarom geldt voor bijna alle vormen van échte circulariteit dat je telkens ‘pure’ grondstoffen nodig hebt, anders is je cirkel nooit helemaal gesloten. Want is je grondstof niet puur, dan produceer je dus een laagwaardiger materiaal (meestal, niet altijd). En gebruik je dit laagwaardige materiaal in een product, dat daarna weer wordt omgesmolten, met wederom een niet pure toevoeging, dan is de grondstof al snel niet meer te verwerken. En dat wil je niet.

– Bijvoorbeeld: Stel je maakt een plastic paal van diverse gesmolten soorten plastic, dan weet je vrijwel zeker dat die paal daarna nooit meer tot iets anders omgesmolten kan worden. Die paal eindigt dus als ‘deze paal’ of in de afvaloven. Maar zou je dezelfde paal van één soort plastic maken (die daarvoor geschikt is), dan zou je telkens weer dat plastic – nu als paal, maar straks misschien als autobumper – kunnen omvormen en hergebruiken.

Kortom, we moeten oppassen om grondstoffen te veel met elkaar te vermengen. Als je het materiaal niet meer los van elkaar kunt krijgen, is het minder geschikt om her te gebruiken.

 

Terug naar de Zeven R-en

Het begint dus al meteen bij het begin. Voordat je iets produceert, moet je al nadenken (zie: Rethink, Reduce en Redesign) over de circulaire implicaties van je product. Pas daarna komen de andere stappen. Als je meteen begint met grondstoffen die uit de herwinning te laten komen, dan weet je zeker dat ze ook weer helemaal te herwinnen zijn.

Denk dus meteen na over het voorkomen van de ‘blend’ van grondstoffen in producten. Doe dat helemaal in het begin, nog voordat het product geproduceerd is en op de markt komt. Dat maakt dat het product na het afdanken veel eenvoudiger circulair te houden is.

Ook voor de andere ‘R-en’ is dit alleen maar handiger.

 

En die derde cirkel?

Die derde cirkel is uiteraard; De invloed van de mens!  We moeten veel meer aandacht vragen voor en aandacht schenken aan het gedrag van de mens in de circulaire economie. Onze economie, onze samenleving is eigenlijk nog helemaal niet klaar voor een circulaire economie. Wij kunnen bepaalde patronen maar heel lastig loslaten. Niet alleen in onze behoefte aan consumeren, maar vooral dat onze hele samenleving en onze hele economie gebaseerd is op patronen waarvoor er voor een circulaire economie helemaal geen plaats.

Misschien voor ‘een beetje circulair’ nog wel, maar ja, dat bestond niet hebben we net geleerd…

 

 

 

 

 

Circulaire economie, dat gaat toch over recyclen?

Circulaire economie, dat gaat toch over recyclen?

Zodra we spreken over duurzaamheid, popt bij de meeste mensen direct het woord recyclen op. Recyclen is toch dat denken in cirkels, waarbij je telkens bepaalde grondstoffen opnieuw gebruikt? Duurzamer kan niet, toch?

Het klopt, het is zeker duurzaam om grondstoffen opnieuw te gebruiken, maar of het de ultieme vorm van duurzaamheid is? Eigenlijk niet. Er zijn zelfs mensen die lijken te denken dat je even een beetje circulair in je winkelmandje plaatst en klaar bent…

 

De M van Mens

Wij mensen moeten nou eenmaal consumeren, bijvoorbeeld om te kunnen eten, anders gaan we dood. Het grote misverstand van de circulaire economie is dat je niet meer zoveel zou mogen consumeren. En dat is niet zo. Natuurlijk maakt het uit hoe je je gedraagt als consument en hoeveel je koopt en uiteindelijke weer afdankt, maar je zou bijna hetzelfde kunnen blijven doen en kopen als nu, alleen dan op een andere manier.

 

Er is nog zoveel te winnen in het gedrag van mensen. Neem onze basisconsumptie, die hoeft helemaal niet zo vervuilend te zijn. Voor het verzamelen van organisch afval zoals oud brood en groenteresten, hoef je geen ingewikkelde dingen te doen. Regel een grote ton en laat die af en toe legen door een bedrijf die er compost van maakt, of maak zelf een composthoop. Het zit hem vooral in het vervoer en de verpakkingen van onze voeding, die belastend zijn voor het milieu. Maar daar zijn voor en door mensen oplossingen voor te verzinnen. Als we maar willen.

 

Op de productie van duurzame goederen, die verder gaat dan onze basisconsumptie, hebben we minder invloed. De fabricage van een auto en het afdankgedrag als de auto het niet meer doet, is lastig te controleren voor de consument. Hetzelfde geldt voor bijv. kleding, gebouwen en mobiele telefoons. Echter, ook speelt ook op dit vlak het menselijk gedrag een grote rol binnen de circulaire economie. Want anders dan op de productie, hebben we als consument wel degelijk invloed op het gebruik, en het omgaan met deze goederen.

 

Over het geheel genomen zijn er een paar heel praktische tips binnen de Circulaire Economie die vragen om een bepaalde manier van menselijk handelen. Ik zou zeggen, ga de uitdaging eens aan om te kijken wat jezelf zou kunnen doen, zonder al te veel moeite. En zet daarnaast nog een stap extra, in het verzinnen van alternatieven en aanvullingen op deze tips. Als iedereen zijn steentje bijdraagt, scheelt dat al een hele hoop ellende in de belasting van de natuur.

 

Circulaire Economie Zeven R

Binnen de circulaire economie wordt vaak een rijtje van zeven gebruikt met opeenvolgende processen, allemaal beginnend met een ‘R’. De eerste R is daarbij het minst vervuilend en de laatste R het meest. Op alle vlakken kun je als mens vrij eenvoudig je steentje bijdragen. 

 

Rethink

Koop niet alles! We hoeven niet altijd alles alleen voor onszelf te hebben, je kunt het ook lenen van de buurvrouw of van een ander via Peerby.com.

 

Reduce

Wees zuinig met wat vervuilend zou kunnen zijn! Kijk als consument eens wat vaker hoe iets precies tot stand is gekomen. Is het biologisch of fair trade? Dat scheelt, want dat is meestal ook duurzamer. Ook kun je kijken naar het technische ontwerp en de materiaalkeuze. Let op de hoeveelheid verpakkingsmateriaal en kies in de winkel eens wat vaker voor onverpakte groenten.

 

Re-use

Gebruik iets vaker dan één keer! Er zijn veel dingen die je keer-op-keer weer kunt gebruiken. Tweedehandse kleding die er nog prima uitziet, is bijvoorbeeld vaak een goede en ook goedkopere keuze voor een nieuwe outfit. En tegenwoordig vaak nog hip ook! Wist je dat je tegenwoordig ook spijkerbroeken kunt leasen?

 

Repair

Repareer het, als het kapot is! Dus als je iets koopt met een stekker of een batterij, probeer dan eens een inschatting te maken hoe lang dat ding eigenlijk meegaat. Soms is het handiger én duurzamer om iets te kopen dat ook nog te repareren is als het kapot gaat. Kies dus vaker voor een product waarvoor genoeg reserve-onderdelen te verkrijgen zijn.

 

Refurbish

Breng het weer in stijl! Ik ken mensen die heel verdrietig waren dat ze afscheid moesten nemen van hun lekkere zitbank, omdat hij lelijk en versleten was geworden. Ze waren al aan het kijken naar een andere. Totdat ze bedachten dat ze die bank ook gewoon opnieuw konden laten bekleden . Hun oude vertrouwde bank in een nieuw jasje! En blij dat ze waren.

 

Recycle

Breng het weg naar iemand die er nog wat mee kan! We weten namelijk één ding heel zeker; als we het weggooien bij het grijs afval, dan is het daarna niet meer te recyclen. Dat is zonde. Dus bedenk wat vaker; Wat kan terug naar de fabrikant of de recycle-specialist?  Eigenlijk is het zo; alles wat de consument niet recyclet – of verwerkt op een andere manier zoals hierboven staat – zal vervolgens eindigen in de afvaloven. We hebben dus het menselijke gedrag nodig om te voorkomen dat we volstrekt bruikbare zaken afschrijven. Het moet veel normaler worden om bewust om te gaan met ons afdankgedrag en op die manier duurzamer te leven.

 

Recover

Tot slot, als het echt niet meer bruikbaar is, laat het dan nog voor onze benodigde energie zorgen. En dat begint bij de eigen afvalbak van ons huis. Mensen kunnen dit proces van energie-herwinning een handje helpen door ervoor te zorgen dat het afval in ieder geval droog is. Nat afval verbanden kost namelijk weer meer energie en levert daardoor uiteindelijk ook minder herbruikbare energie op.

We kunnen dus een hele hoop zelf en zijn in principe ook bereid om ons daarvoor in te zetten. Echter, het moet ons niet teveel raken. Wanneer burgers wordt gevraagd wat zij vinden van het principe ‘de vervuiler betaalt’, is de meerderheid, circa. 75 procent, het daarmee eens. Echter, wanneer vervolgens wordt gevraagd of men voorstander is van invoering van DIFTAR (een tarief voor het innen van consumentenafval) ligt het percentage dat het hiermee eens is meestal onder de 50 procent.

 

Conclusie

In de Week van de Circulaire Economie zal de herwaardering en het hergebruik van grondstoffen weer heel veel aandacht krijgen. En dat is goed!

We zien mooie nieuwe machines en grote nieuwe industrieterreinen waar we super geavanceerd grondstoffen scheiden. Dat dit kan, is fantastisch. Een grote stap voorwaarts.

Maar wat doen we met de rol van de mens in dit geheel? We doen af en toe echt pogingen om duurzamer te leven, maar als het te oncomfortabel wordt, verleggen we graag onze verantwoordelijkheid naar een ander. Naar de overheid, de industrie, de grote vervuilers. Daarmee verleggen we de rekening van ons eigen consumptiegedrag onterecht van ons af. Een rekening waarmee we niet zomaar kunnen blijven schuiven.

De circulaire economie moet veel meer gaan over de ‘M’ van Mens en veel minder over de ‘M’ van Materie. Misschien een idee voor het thema van volgend jaar?